VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Dinemarie Teunissen (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
HOREN STEMMINGSSTOORNISSEN WEL OF NIET BIJ ADHD?

Door Pieter-Jan Carpentier 

Emotions can be understood in two ways:
emotions as regulating and emotions as regulated
(Cole, 2004)

 

In dit lezenswaardige en uitvoerig met referenties gestoffeerde overzichtsartikel wordt uitgebreid stilgestaan bij mood instability, enigszins moeizaam te vertalen als stemmingsinstabiliteit: hieronder vallen prikkelbaarheid, wispelturigheid, stemmingswisselingen, beperkte frustratietolerantie en driftbuien, symptomen die in wisselende mate bij patiënten met ADHD optreden. Het gegeven dat deze klachten niet opgenomen zijn in de formele diagnostische criteria, verleent hen een wat aparte en onduidelijke status: horen ze nu wel of niet bij ADHD?

Er zijn nog te weinig gegevens bekend over het verloop en de ontwikkeling van de stemmingsymptomen bij ADHD; hoewel stemmingsinstabiliteit bij kinderen slechts indirect te observeren en te bestuderen valt, wijst alles erop dat stemmingsproblemen zich in alle levensfasen voordoen bij patiënten met ADHD. Er zijn aanwijzingen dat ze met name meer samengaan met symptomen van hyperactiviteit-impulsiviteit, zeker bij kinderen. Het artikel geeft een mooie inleiding in het begrip emotion self-regulation (emotie-regulatie), in het kort het geheel van functies en strategieën die een mens mag toepassen om zijn stemming op een gewenst peil te houden. Hoewel het niet zo is dat stemmingsinstabiliteit enkel en alleen een gevolg is van dysfunctionerende emotieregulatie, heeft onderzoek wel uitgewezen dat kinderen en volwassenen met ADHD meer problemen hebben met het reguleren van hun emoties, waardoor hun stemming minder stabiel is. Dit maakt ook begrijpelijk waarom met behandeling van ADHD de stemmingsinstabiliteit kan verminderen. Het reguleren van emoties valt voor een deel ook onder de executieve hersenfuncties, en de stoornissen in de executieve functies die aangetoond zijn bij kinderen en volwassenen met ADHD kunnen de stemmingsinstabiliteit helpen verklaren.

Ook andere neuropsychologische verklaringsmodellen kunnen hierbij worden betrokken. De sterke intra-individuele variabiliteit in het functioneren (zoals in het uitvoeren van neurocognitieve testen) is een van de meest consistente bevindingen bij ADHD, en wordt tegenwoordig in een cognitief-energetische verklaringsmodel teruggevoerd tot een onvermogen de energetische status adequaat te reguleren en te optimaliseren. Ook variaties in arousal kunnen op deze manier leiden tot ervaren stemmingswisselingen (en wisselingen in emotie-regulatie). Verder speelt ook de moeite met het uitstellen van beloning (reward delay) een rol in de beperkte frustratietolerantie. Het huidige standpunt is dat de symptomen van ADHD (en dus ook de stemmingssymptomatologie) het best uitgelegd worden met een combinatie van deze verschillende verklaringsmodellen, hetgeen gelijk ook een verklaring is voor de heterogeniteit en de variabiliteit van de stoornis verklaart.

Een ander modern concept is het onderscheid tussen ‘cool' executive functioning (hier ga ik het vertalen maar even laten) (gekoppeld aan thalamus, basale ganglia, hippocampus en primaire en secundaire associatie area's van de hersenschors), verantwoordelijk voor het intellectuele functioneren en gedrag, en ‘hot'executive functioning (orbitale en mediale prefrontale hersenschors, amygdala, limbische systeem), gericht op de integratie van emotie-gerelateerde informatie. Hoewel dit mooie onderscheid in de praktijk toch niet zo nauwkeurig blijkt, wordt hiermee de associatie van stemminginstabiliteit en hyperactiviteit/impulsiviteit inzichtelijk gemaakt.

Zoals eerder gesteld blijken stemmingssymptomen in de meeste gevallen goed op (zowel farmacologische als non-farmacologische) behandeling te reageren. Niet onvermeld mag blijven dat stemmingsproblemen, zoals prikkelbaarheid, verhoogde stemmingsinstabiliteit en zelfs emotionele vervlakking, kunnen optreden als bijwerking van de medicatie.

Hoewel de auteurs zelf benadrukken dat stemmingsinstabiliteit niet hetzelfde is als slechte emotieregulatie, is mijn bescheiden kritiek dat ze toch te weinig aandacht geven aan de stemmingspathologie als een autonoom symptoom. Wel geven ze aan dat met het tot nu toe verrichte onderzoek nog weinig bekend is over de bijdrage van comorbiditeit. Toch zijn de auteurs van mening dat stemmingsinstabiliteit een vast onderdeel is van ADHD op elke leeftijd en daarom een plaats in de diagnostische criteria verdient. Een verdere aanbeveling ligt daarom voor de hand; bij een patiënt die in de eerste plaats last heeft van een instabiele stemming ook aan ADHD denken.


Literatuur
1. Skirrow C, McLoughlin G, Kuntsi J, Asherson P.
Behavioral, neurocognitive and treatment overlap between attention-deficit/hyperactivity disorder and mood instability.
Expert Rev Neurother. 2009 Apr;9(4):489-503.

 

2. Cole PM, Martin SE, Dennis TA.
Emotion regulation as a scientific construct: methodological challenges and directions for child development research. Child Dev. 2004 Mar-Apr;75(2):317-33.

3. Kooij, J.J.S., Aeckerlin, L.P., Buitelaar, J.K.
Functioneren, comorbiditeit en behandeling van 141 volwassenen met aandachtstekort-hyperactiviteitsstoornis (ADHD) op een algemene polikliniek psychiatrie. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 2001, 145(31): 1498-1501.




SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER