VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Derk Birnie - vice-voorzitter (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
ONDERDIAGNOSTIEK ADHD BIJ MEISJES EN VROUWEN

Door Pieter-Jan Carpentier

 

Nu eens een artikel uit een hele andere hoek, namelijk een met een speculatief karakter. Het aantrekkelijke van dit artikel is dat het gelijk in de titel een provocerende stelling poneert, die behandelaars van volwassenen met ADHD wel moet aanspreken. De stelling wordt onderbouwd met gegevens uit verschillende gebieden van het ADHD-onderzoek.

 

De steunberen van de stelling zijn:
- er zijn voldoende aanwijzingen dat het minder vaak diagnosticeren van ADHD bij meisjes niet (of niet volledig) berust op een lagere prevalentie, maar wel op onderdiagnostiek: ADHD valt bij meisjes minder op, omdat zij minder externaliserende gedragssymptomen vertonen en vooral concentratieproblemen hebben
- ADHD is een in hoge mate comorbide stoornis. Depressie en verslaving komen vaker voor bij ADHD. Dit zou ten dele kunnen berusten op stoornissen in de dopaminerge neurotransmissie die in al deze stoornissen betrokken is. In dit verband wordt hier aandacht gevraagd voor de hogere prevalentie van nicotine-afhankelijkheid (beter bekend als roken) onder volwassenen (mannen én vrouwen) met ADHD.
- de cirkel is rond, wanneer rekening gehouden wordt met:
* roken tijdens de zwangerschap als risicofactor voor ADHD bij het kind, met name wanneer dit kind ook nog genetisch kwetsbaar is (Kahn, 2003).
* depressie bij de moeder als risicofactor voor psychopathologie bij het kind.

 

Wat deze Duitse onderzoekers dus veronderstellen, is dat de onderdiagnostiek van ADHD bij meisjes niet alleen verantwoordelijk is voor meer disfunctie (door onbehandelde ADHD) en meer comorbiditeit (zoals depressie en verslaving) bij volwassen vrouwen, maar ook voor een blijvend hoge prevalentie van ADHD bij hun nakomelingen. De auteurs pleiten dan ook voor meer gerichte opsporing en behandeling van ADHD bij meisjes en vrouwen, ook in het belang van toekomstige generaties. ADHD is een in hoge mate erfelijke aandoening, maar de ontwikkeling en de ernst van de symptomen hangt in grote mate af van dit soort epigenetische factoren. Zolang het ernaar uitziet dat genetische behandeling van ADHD nog toekomstmuziek is, heeft het inderdaad meer zin voor de preventie te focussen op deze beïnvloedbare risicofactoren.

 

Tegen deze ferme stelling is weinig in te brengen, en onze dagelijkse praktijk sluit hier wel bij aan. Te veel volwassen vrouwen melden zich pas voor behandeling van hun ADHD als ze al moeder geworden zijn. Het blijkt niet zo makkelijk alle ADHD-patiënten vroegtijdig te identificeren en te behandelen, zelfs niet in een land met een uitgebreide geestelijke gezondheidszorg zoals Nederland. Of vroegtijdige behandeling van ADHD wel zo succesvol is in het voorkomen van comorbiditeit op volwassen leeftijd, zoals dit artikel belooft, is nog maar de vraag, maar het zou mooi zijn als we in de praktijk ADHD zo goed opsporen dat we dat kunnen nagaan. Een mooie opdracht voor de toekomst.

 

Literatuur
1. Pinkhardt EH, Kassubek J, Brummer D, Koelch M, Ludolph AC, Fegert JM, Ludolph AG.
Intensified testing for attention-deficit hyperactivity disorder (ADHD) in girls should reduce depression and smoking in adult females and the prevalence of ADHD in the longterm.
Med Hypotheses. 2009 Jan 5. [Epub ahead of print]

Aanvullende literatuur
2. Kahn RS, Khoury J, Nichols WC, Lanphear BP.
Role of dopamine transporter genotype and maternal prenatal smoking in childhood hyperactive-impulsive, inattentive, and oppositional behaviors.
J Pediatr. 2003 Jul;143(1):104-10.




SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER