VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Derk Birnie - vice-voorzitter (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
DE INGEWIKKELDE RELATIE TUSSEN ADHD EN DELINQUENTIE
von Polier, G. G., Vloet, T. D., & Herpertz-Dahlmann, B. (2012). ADHD and delinquency-a developmental perspective. Behav Sci Law, 30(2), 121-139. doi: 10.1002/bsl.2005

 

Artikelbespreking door Nannet Buitelaar


In het artikel “ ADHD and Delinquency – A Developmental Perspective” (von Polier, Vloet, & Herpertz-Dahlmann, 2012) wordt een gedegen en prettig leesbaar literatuuroverzicht gegeven over de ingewikkelde relatie tussen ADHD en delinquent gedrag. Er zijn maar weinig studies gedaan naar het verband tussen “pure” ADHD en delinquentie. Twee studies vonden een verhoogd risico op latere delinquentie voor “alleen” ADHD (Gittelman, Mannuzza, Shenker, & Bonagura, 1985; Mannuzza et al., 1991) en twee vonden dat het verhoogde risico toch vooral met CD verband hield (Mordre, Groholt, Kjelsberg, Sandstad, & Myhre, 2011; Satterfield et al., 2007).

Er is echter veel evidentie dat zelfs een paar CD symptomen het individuele risico voor latere delinquentie bij ADHD verhoogt. Vroege CD symptomen zijn een moderator voor antisociale ontwikkeling bij ADHD.  En andersom: bij CD en ODD (Oppositional Defiant Disorder) verhoogt de aanwezigheid van ADHD de kans op een vroeg begin en een persisterend beloop van de gedragsstoornis.


Dit artikel bespreekt verder uitgebreid de rol van medierende factoren die vaak voorkomen bij ADHD en die het risico op delinquentie verhogen, te weten: leerproblemen, lage intelligentie, sociale interactieproblemen, comorbide psychopathologie bij het kind en bij de ouders en verslavingsproblematiek.


Tevens geeft het artikel een helder overzicht over de verchillen en de overeenkomsten van de structurele en functionele hersenabnormaliteiten bij ADHD en bij CD of Antisociale Persoonlijkheidsstoornis. Ook hierbij speelt het probleem van de veelvoorkomende comorbiditeit van deze twee. De auteurs pleiten voor het onderscheiden van neurobiologische endofenotypen bij ADHD en bij CD patienten.


Misschien nog een geruststellende toevoeging: behandeling met stimulantia is uiteraard effectief voor ADHD symptomen maar is ook effectief bij louter agressief gedrag (effect size van 0.9 (Pappadopulos et al., 2006), mits de behandeling gecontinueerd wordt, hetgeen in de praktijk vaak het probleem is. En uit een recente Zweedse studie (Lichtenstein & Larsson, 2013) bleek ook dat medicatie het risico op crimineel gedrag bij ADHD patienten vermindert zolang de medicatie wordt ingenomen.

 

Referenties:

 

Gittelman, R., Mannuzza, S., Shenker, R., & Bonagura, N. (1985). Hyperactive boys almost grown up. I. Psychiatric status. Arch Gen Psychiatry, 42(10), 937-947.


Lichtenstein, P., & Larsson, H. (2013). Medication for attention deficit-hyperactivity disorder and criminality. N Engl J Med, 368(8), 776. doi: 10.1056/NEJMc1215531


Mannuzza, S., Klein, R. G., Bonagura, N., Malloy, P., Giampino, T. L., & Addalli, K. A. (1991). Hyperactive boys almost grown up. V. Replication of psychiatric status. Arch Gen Psychiatry, 48(1), 77-83.


Mordre, M., Groholt, B., Kjelsberg, E., Sandstad, B., & Myhre, A. M. (2011). The impact of ADHD and conduct disorder in childhood on adult delinquency: a 30 years follow-up study using official crime records. Bmc Psychiatry, 11, 57. doi: 10.1186/1471-244x-11-57


Pappadopulos, E., Woolston, S., Chait, A., Perkins, M., Connor, D. F., & Jensen, P. S. (2006). Pharmacotherapy of aggression in children and adolescents: efficacy and effect size. J Can Acad Child Adolesc Psychiatry, 15(1), 27-39.


Satterfield, J. H., Faller, K. J., Crinella, F. M., Schell, A. M., Swanson, J. M., & Homer, L. D. (2007). A 30-year prospective follow-up study of hyperactive boys with conduct problems: adult criminality. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry, 46(5), 601-610. doi: 10.1097/chi.0b013e318033ff59




SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER