VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Dinemarie Teunissen (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
LICHTTHERAPIE VOOR WINTERDEPRESSIE

Door Ybe Meesters

 

Meer dan een kwart (27 procent) van de volwassen mensen met ADHD lijdt ook aan winterdepressie, zo blijkt uit een Nederlands onderzoek (*). Winterdepressie komt volgens epidemiologisch onderzoek voor bij ongeveer drie procent van de Nederlandse bevolking, en wordt gekenmerkt door het vaak jarenlange seizoengebonden karakter. De depressie komt in het najaar en de winter en verdwijnt weer in het voorjaar en de zomer.

Sinds 1987 is deze stemmingsstoornis opgenomen in de verschillende DSM-edities, als een specificatie van een ernstige depressie of een bipolaire stoornis. Naast het seizoengebonden patroon, dat essentieel is voor deze vorm van depressie, kenmerkt deze zich ook door een aantal zogenaamde a-typische kenmerken die meestal niet bij andere vormen van depressie voorkomen.

Het gaat dan om een fors toegenomen slaapbehoefte (soms vier tot zes uur per etmaal langer slapen dan in de zomer, zonder daarna uitgerust op te staan) en een vergrote behoefte aan voornamelijk calorierijk voedsel. Dit laatste leidt dan weer tot een forse toename in lichaamsgewicht, wat doorgaans in de zomerperiode weer teniet wordt gedaan. Daarbij heeft de persoon in de winter soms last van – bijna onbedwingbare - vreetbuien.

Er bestaat ook een mildere vorm van winterdepressie, de zogenaamde winterblues. Hierbij is er geen sprake van een duidelijke stemmingsstoornis, maar treden de a-typische klachten wel op.

Het frustrerende voor degenen die kampen met deze seizoengebonden klachten is dat zij zich in de zomer goed en energiek voelen en in de winter het tegenovergestelde. Toen in het verleden deze klachten nog niet goed werden behandeld leverde dat forse schade op in het dagelijks leven. Zo bleken opleidingen, werk, en/of relaties niet tegen deze klachten bestand. Bovendien werden deze mensen vaak door de directe omgeving met onbegrip bejegend vanwege het forse contrast in het functioneren in de zomer vergeleken met dat in de winter.

 

Lichttherapie

Sinds begin jaren tachtig is men begonnen met het aanbieden van kunstmatig licht. Door het succes van deze behandeling wordt deze nu veel toegepast en is ze in de multidisciplinaire richtlijnen voor de behandeling van depressies opgenomen als voorkeursbehandeling voor het bestrijden van winterdepressie.


Als de winterse klachten optreden, krijgen winterdepressiepatiënten gedurende 5 tot10 opeenvolgende dagen lichttherapie aangeboden in sessies variërend van 30 tot 45 minuten. De meest toegepaste behandeling is dat de mensen worden blootgesteld aan full-spectrum licht met een intensiteit van 10.000 lux, waarbij het Ultra Violette (UV) deel wordt weg gefilterd. Het UV is niet nodig voor het therapeutische effect, maar is wel schadelijk voor de ogen. Het licht moet namelijk door de ogen worden opgevangen.


Deze behandeling blijkt in 70 tot 80 procent van de behandelingen bij winterdepressieve patiënten succesvol. De klachten verdwijnen doorgaans al na een week. Indien de behandeling wordt gegeven bij de eerste signalen van een beginnende depressieve episode, bestaat een goede kans dat deze behandeling slechts één keer per winter hoeft te worden ondergaan.

 

De keuze voor full-spectrum licht kwam voort uit de gedachte dat de dagen in de winter te kort zijn en dat de voor winterdepressie gevoelige mensen dan te weinig licht opvangen. Het van nature beschikbare licht werd daarom geïmiteerd. Licht met een intensiteit van 10.000 lux komt overeen met het licht dat buiten ongeveer drie kwartier na zonsopgang kan worden waargenomen.

 

Wanneer niet?

Als de diagnose goed is gesteld, blijkt lichttherapie meestal een zeer goede behandeling te zijn. Er worden doorgaans weinig bijwerkingen gemeld. Deze zijn, als ze al optreden, mild en van voorbijgaande aard. Lichte  hoofdpijn, vermoeide ogen, duizeligheid,  misselijkheid en een gevoel van opgefoktheid  komen soms voor. Heel zelden komt het voor dat mensen als gevolg van lichttherapie (hypo)manisch decompenseren.


Bij lichttherapie wordt het netvlies in korte tijd aan een grote hoeveelheid lichtenergie blootgesteld. Dat wordt meestal goed verdragen, maar kan voor mensen met kwetsbare ogen toch een risico vormen. Daarom wordt aan mensen met oogziektes, diabetes, recente oogoperaties en het gebruik van bepaalde medicijnen in het algemeen geen lichttherapie gegeven.

Om een goede diagnose te kunnen stellen en oog te hebben voor de risico’s van een behandeling is van belang dat mensen die aan winterdepressieve klachten lijden worden verwezen naar een op dit gebied deskundige hulpverlener. In Nederland werd volgens een in 2005 uitgevoerde inventarisatie lichttherapie aangeboden in 78 instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Inmiddels zal dat aantal gegroeid zijn.

 

Nieuwe ontwikkelingen

Jarenlang werd er vanuit gegaan dat alleen de staafjes en kegeltjes in de ogen verantwoordelijk waren voor de opvang van het licht, waarna het signaal verder naar de hersenen ging. Rond 2000 is ontdekt dat het netvlies een aantal cellen bevat die ook een rol spelen bij het opvangen van het lichtsignaal. Deze cellen spelen geen rol bij het uiteindelijk vormen van een beeld, maar wel bij het aansturen van de biologische klok. Het is gebleken dat deze cellen het gevoeligst zijn voor een signaal dat qua golflengte overeenkomt met blauw licht.


Toen dat bekend werd zijn onderzoeken gestart om uit te zoeken of lichttherapie met toegevoegd blauw licht of uitsluitend blauw licht een betere behandeling voor winterdepressie zou zijn in vergelijking met de gebruikelijke manier van lichttherapie. Door de ontwikkeling van LED-verlichting is het inmiddels ook mogelijk nagenoeg uitsluitend blauw licht aan te bieden. Uit het onderzoek is gebleken dat het op deze manier aangeboden blauwe licht effectief is in de behandeling van winterdepressies, maar  niet effectiever dan de gebruikelijke manier van lichttherapie.


(*) Amons P.J., Kooij J.J., Haffmans P.M., Hoffman T.O., Hoencamp E.. (2006):  Seasonality of mood disorders in adults with lifetime attention-deficit/hyperactivity disorder (ADHD). Journal of Affective Disorders 91: 251-255

 

Ybe Meesters is klinisch psycholoog/psychotherapeut en hoofd Winterdepressie polikliniek, Universitair Centrum Psychiatrie/Universitair Medisch Centrum Groningen

 

Gepubliceerd in de Kenniscentrum Nieuwsbrief ADHD bij volwassenen, jaargang 15, nummer 3, november 2013




SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER