VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Derk Birnie - vice-voorzitter (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
CARDIOVASCULAIR RISICO 2014

Door Els van den Ban

Collega’s S Dalsgaard, AP Kvist, JF Leckman, HS Nielsen en M Simonsen onderzochten in hun studie of gebruikers van stimulantia een hoger risico lopen  op een later cardiovasculair event dan niet-gebruikers. Hierbij werd zowel gebruik gemaakt van een nationale cohort als van een op een populatie-gebaseerde steekproef van kinderen en adolescenten die gediagnosticeerd waren met  ADHD. Ook onderzochten zij of er sprake zou kunnen zijn van een eventuele dosis-repons relatie hierbij.


Zij voerden een longitudinale, prospectieve cohort studie uit van alle kinderen, die  geboren waren in Denemarken tussen 1990 en 1999. Binnen dit cohort werden kinderen met ADHD geïdentificeerd. Gegevens uit nationale gezondheidszorg registers over psychiatrische en somatische diagnoses,  recepten voor stimulantia, cardiovasculaire risicofactoren, pre-en perinatale en sociodemografische variabelen van alle kinderen en hun ouders werden samengevoegd met behulp van een uniek persoonlijk identificatienummer.

 

De Hazard ratio (HR) voor cardiovasculaire events werd geschat met behulp van de Cox regressie methode en gecorrigeerd voor andere bekende risicofactoren.

 

In de totale populatie (n = 714.258, waarbij in totaal 6.767.982 persoonsjaren werden onderzocht) bleek het gebruik van stimulantia een bijna twee keer verhoogd risico op een cardiovasculair event te geven (gecorrigeerde HR = 1,83 (1,10-3,04). Een zelfde resultaat werd door Winterstein 2007 beschreven. Andere studies over dit onderwerp zijn van Winterstein (2009), Cooper (2011), Schelleman (2011), Olfson (2012).

 

Bij kinderen met ADHD (n = 8.300) bleek het gebruik van stimulantia een meer dan twee keer verhoogd risico op een cardiovasculair event  te geven (gecorrigeerde HR = 2,20 [2,15-2,24]), met een complexe tijdsafhankelijke dosis-respons relatie. Kinderen met ADHD die tevoren met een hogere dosis behandeld werden liepen een 2.2 x verhoogd risico, echter op het tijdstip van het cardiovasculaire event bleek er een  inverse dosis-respons relatie te zijn (hogere dosis – lager risico). Uitkomsten uit deze studie suggereerden ook dat het gebruiken van een hogere dosis gevolgd door een lagere dosis een verhoogd risico geeft op een lange termijn risico op cardiovasculaire events. Een mogelijk biologische verklaringsmechanisme wordt gevonden in veranderingen in de  sympathische functie van het hart, via veranderingen in de striatale dopamine transporters in de hersenen, gemedieerd door behandeling met en discontinueren van stimulatium gebruik.

 

Conclusie: hoewel cardiovasculaire events zeldzaam waren, is het risico hierop rond de twee keer verhoogd bij  gebruikers van stimulantia tov niet-gebruikers, zowel in de totale nationale bevolking als bij kinderen met ADHD. Er werd een complex, tijd-en dosis-afhankelijke relatie gevonden tussen cardiovasculaire bijwerkingen en stimulantia gebruik bij kinderen en adolescenten.

 

Deze resultaten suggereren dus dat er toch een verhoogd risico opn cardiovasculaire ziekten bestaat, geassocieerd met stimulantia gebruik bij kinderen en adolescenten, zelfs na correctie voor een aantal potentiële confounders.

 

Wat de exacte uitkomsten voor de klinische praktijk zijn, kunnen de onderzoekers nog niet zeggen, verder onderzoek is nodig! In de psycho-eduatie aan patiënten is het echter wel van belang te benoemen dat er een verhoogd risico bestaat.


J Child Adolesc Psychopharmacol.
2014 Jun 23. [Epub ahead of print]

Cardiovascular Safety of Stimulants in Children with Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder: A Nationwide Prospective Cohort Study.


Klik hier voor artikel




SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER