VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Dinemarie Teunissen (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
HET VOORKOMEN VAN ADHD SYMPTOMEN BIJ ADOLESCENTEN EN JONG VOLWASSENEN

Door Miriam Wauters


Prevalence of attention deficit/hyperactivity disorder symptoms in outpatient adolescents and young adults with other psychiatric disorder refractory to previous treatments. Rev Psiquiatr Salud Ment (Barc.). 2014;7(3):104-112

 

ADHD komt bij ongeveer 5,3% van de kinderen en adolescenten voor en 50 tot 70% van deze patiënten heeft bij het bereiken van de adolescentie en vroege volwassenheid nog steeds een significant aantal symptomen van ADHD.  De problemen die deze patiënten ervaren als gevolg van de ADHD zijn mogelijk ernstiger doordat er meer van ze gevraagd en verwacht wordt in deze levensfase. Comorbiditeit met andere psychiatrische stoornissen zoals middelenafhankelijkheid, angst- en stemmingsstoornissen, CD, OCD en een borderlinepersoonlijkheidsstoornis kan bij 70% van de kinderen en adolescenten met ADHD voorkomen. De aanwezigheid van een comorbide psychiatrische stoornis leidt tot toegenomen ernst en chroniciteit, het is een complicerende factor voor het diagnosticeren en behandelen van de ADHD en geeft een minder goede prognose. En ondanks het feit dat ADHD vaak voorkomt bij adolescenten is er een grote groep waarbij het niet gezien en niet behandeld wordt. Bovendien voldoet 6,5 tot 25,4% van de volwassenen met een psychiatrische diagnose ook aan de criteria voor de diagnose ADHD. (Kessler)

 

De doelstelling van dit onderzoek was om het vóórkomen van ADHD-symptomen vast te stellen bij adolescenten en jong volwassenen met een andere primaire psychiatrische stoornis dan ADHD, die niet reageren op de aangeboden behandeling.

 

Uit dit cross-sectioneel onderzoek bij 795 ambulante patiënten tussen de 15 en 24 jaar die slecht reageerden op behandeling van een andere primaire psychiatrische stoornis dan ADHD blijkt dat 6% van deze patiënten voldeed aan de DSM-criteria voor ADHD.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat patiënten die bekend waren met ADHD geëxcludeerd waren uit deze studie. Van de totale groep jongeren die gescreend zijn voor het onderzoek bleek 3,23% al bekend te zijn met ADHD, deze zijn dus niet meegenomen in het onderzoek. Dit betekent dat het feitelijk voorkomen van ADHD in adolescenten en jong volwassenen met andere psychiatrische stoornissen groter is dan het behaalde resultaat van 6%.

Daarnaast bleek dat een grote groep van deze jongeren (32,7%) matige symptomen van ADHD rapporteerde. Bij deze groep was de primaire psychiatrische stoornis waar ze voor behandeld werd ernstiger. De belangrijkste risicofactoren voor de milde ADHD symptomen waren middelenafhankelijkheid en de borderlinepersoonlijkheidsstoornis.

Deze resultaten zijn van belang omdat een comorbide ADHD een negatieve invloed heeft op het effect van farmacologische behandeling van andere psychiatrische stoornissen en het dagelijks functioneren van de patiënt leidend tot meer hardnekkige symptomen en chroniciteit.

 

We moeten ons kennelijk bewust blijven van het feit dat ADHD een aandoening is met een hoge comorbiditeit. Het is van belang om patiënten, ook adolescenten en jong volwassenen, die in zorg komen voor bijvoorbeeld verslavingsproblematiek of een borderline persoonlijkheidsstoornis op het moment dat ze niet goed reageren op de aangeboden behandeling, te onderzoeken op een mogelijk onderliggende ADHD.


09/03/2015




SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER