VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Derk Birnie - vice-voorzitter (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
VERSCHIL IN SYMPTOMATOLOGIE VAN ADHD, MET EN ZONDER BPS?

Hoe verschilt de symptomatologie van ADHD tussen mensen met ADHD en bordeline persoonlijkheidstoornis (BPS) - en mensen met alleen ADHD?

 

Characterizing adult attention deficit/hyperactivity-disorder and comorbid borderline personality disorder: ADHD symptoms, psychopathology, cognitive functioning and psychosocial factors.
G.K. O’Malley, L. McHugh, N. Mac Giollabhui, J. Bramham

European Psychiatry. 31 (2016)  29-36

Door Anne van Lammeren

 

Inleiding:

ADHD komt vaak in combinatie voor met borderline persoonlijkheidsproblematiek. Uit onderzoek blijkt dat 27% van de mensen met  ADHD  een BPS diagnose heeft

en andersom: 38 % van de mensen met een BPS heeft ADHD. De oorzaak van deze comorbiditeit  is onbekend. Er zijn verschillende verklaringsmodellen:

1.         ADHD en BPS zijn een van de uitingsvormen van een zelfde onderliggende stoornis.

2.         ADHD is de voorloper van BPS; beide stoornissen hebben immers  gemeenschappelijk klinische symptomen en risicofactoren

3.         ADHD is een risicofactor voor het ontwikkelen van BPS.

Beide stoornissen kunnen een  negatief beloop hebben en de behandelingen kunnen gecompliceerd zijn. Daarom is het van belang meer kennis te hebben van de stoornissen en hun comorbiditeit.

Het doel van het onderzoek was om meer kennis te krijgen in de klinische presentatie van ADHD, cognitief en psychosociaal functioneren van de groep met alleen ADHD vergeleken met de groep BPS met ADHD.

 

Methode: 

De auteurs hebben twee groepen vergeleken: 40 patiënten met ADHD (67,5% man) en 20 patiënten met BPS en ADHD (70% man ). 

Met de BAARS (Barkley Adult ADHD Rating Scale) werden de ADHD symptomen gemeten bij zowel de patiënt als bij een informant, zowel in de kindertijd en in het heden.

De comorbide psychiatrische stoornissen en persoonlijkheidsproblematiek werd gemeten met Millon clinical axmultiaxial Inventory, een screeningsvragenlijst,. Het gebruik van alcohol en/of drugs werd uitgevraagd. Er werden neuropsychologische testen gedaan om de aandacht te testen, de response inhibitie, en de performale en verbale intelligentie.

De schoolopleiding, burgelijke staat, werk en juridische delicten  werden in kaart gebracht.

 

Resultaten:

Er werd een significant verschil gevonden bij de informant over de ernst en voorkomen van impulsiviteitproblemen ,waarbij deze ernstiger waren en meer voorkwamen zowel in de kindertijd als in het heden in de groep van BPS met ADHD.

De  BPS met ADHD groep scoorde significant hoger op het voorkomen van meer comorbiditeit , lager op de intelligentietesten  en aandachtsfuncties. Tevens was het middelenmisbruik hoger, verliep de opleiding/ werk meer problematisch en waren er meer delicten.

 

Overwegingen:

De auteurs geven aan dat dit onderzoek een aantal beperkingen heeft.

1. Het zou mooi zijn geweest als er een derde groep was betrokken in het onderzoek, te weten een groep met alleen BPS. Daarmee  was het misschien mogelijk geweest te onderzoeken wat de invloed van de BPS problematiek is op de onderzochte factoren.

2. In de beide groepen was er sprake van veel comorbiditeit zowel op As 1 als op As 2. In dit onderzoek wordt niet duidelijk wat de invloed van de comorbide stoornis is op de uitkomsten.

 

Conclusie:

De auteurs concluderen dat dit onderzoek een eerste explorerend onderzoek is, dat nog op meerdere gebieden verbeterd kan worden. Zij gaan niet in op de hypothesen genoemd in de inleiding. Zij adviseren het symptoom impulsiviteit hoog op de onderzoeksagenda te zetten in al zijn facetten, aangezien het een symptoom is dat zowel bij ADHD als BPS leidt tot disfunctioneren op meerdere gebieden.  Daarbij zouden ze graag de invloed van stress/ emotie op impulsiviteit willen exploreren. Een andere optie is onderzoek te doen naar verwaarlozing of traumatische ervaring, omdat beide factoren kunnen zijn bij ADHD en BPS.

 

 




SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER