VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Derk Birnie - vice-voorzitter (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
BEVOLKINGSONDERZOEK NAAR ADHD BIJ OUDEREN

Marieke Michielsen en Evert Semeijn zijn onlangs gepromoveerd aan de VU op ADHD bij ouderen binnen de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) (>65 jr). Dankzij de uitgebreide data van LASA konden ouderen met ADHD worden vergeleken met controles wat betreft comorbiditeit met angst- en depressieve symptomen, lichamelijke gezondheid, life style, cognitief en sociaal functioneren, life events en persoonlijkheidskenmerken. Tevens werd het afkappunt van een screeningsinstrument voor ouderen met ADHD onderzocht, en de stabiliteit van de ADHD symptomen gedurende de levensloop. Het onderzoek resulteerde in 10 internationale publicaties. Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste bevindingen met links naar de abstracts, en aanbevelingen voor de klinische praktijk.


Prevalentie

De prevalentie van ADHD bij mensen boven de 65, werd geschat na screening met de 9-item vragenlijst van Barkley van bijna 1500 ouderen, en diagnostisch onderzoek met de DIVA 2.0 bij 231 van hen (met evenveel lage, gemiddelde en hoge scores). De prevalentie varieerde van 2.8-4.2%, afhankelijk van het afkappunt voor de huidige symptomen bij 6 resp. 4 kenmerken van aandachtstekort en/of hyperactiviteit/impulsiviteit. Het afkappunt voor de symptomen in de kindertijd was bij beide definities 6, conform de DSM-IV en DSM-5 criteria (het afkappunt voor de huidige symptomen van volwassenen is in de DSM-5 gesteld op 5). Een gemiddelde prevalentie van 3% komt overeen met de bevindingen in ander onderzoek naar ADHD bij ouderen. Dit komt neer op ongeveer 120.000 ouderen met ADHD in Nederland.


Comorbiditeit en sociaal functioneren

Ouderen met ADHD hadden vaker angst- en depressieve klachten dan controlepersonen, en deze namen toe in de tijd. De depressieve klachten werden m.n. gemedieerd door ernstige conflicten. Ouderen met ADHD rapporteerden vaker emotionele eenzaamheid, waren vaker gescheiden of nooit gehuwd, hadden een lager inkomen en minder contact met familieleden. Opvallend genoeg gaven ouderen met ADHD vaker emotionele steun aan anderen dan de controlegroep. Ouderen met ADHD participeerden evenveel in werk als controles.


Cognitief functioneren

Het cognitieve functioneren op het gebied van executief functioneren, informatie verwerkingssnelheid, geheugen en aandacht/werkgeheugen was slechter bij de ouderen met ADHD dan de controles. Echter, na controle voor depressieve klachten verdween dit verschil. De cognitieve problemen bij ouderen met ADHD waren deels toe te schrijven aan de stemmingsproblemen.


Lichamelijke gezondheid

Het lichamelijk functioneren werd gekenmerkt door een slechtere ervaren gezondheid, waarbij chronische aspecifieke longziekten en hart- en vaatziekten vaker voorkwamen, en het aantal chronische ziekten groter was bij ouderen met ADHD. Mogelijk overlijden ouderen met ADHD eerder dan ouderen zonder ADHD. De oudste groep in de LASA studie voldeed n.l. minder vaak aan de criteria voor ADHD dan de jongere groep. Anders dan verwacht was er geen verband tussen een ongezonde levensstijl en een slechtere lichamelijke gezondheid.


Persoonlijkheidskenmerken

Ouderen met ADHD hadden een lagere zelfwaardering, zelf-efficiëntie, en sense of mastery dan controles, en meer neuroticisme en sociaal inadequaat gedrag. Een lage zelfwaardering en lage sense of mastery verklaarde deels de relatie tussen ADHD en depressieve klachten.


Klinische implicaties

Ouderen met ADHD worden nog nauwelijks herkend in de GGz, hoewel het aantal verzoeken van ouderen om hulp toeneemt doordat hun (klein)kinderen worden gediagnostiseerd en baat hebben bij de behandeling. Dit is te verwachten vanwege de erfelijkheid van ADHD. Het leidt tot hulpvragen als: Is er ook voor mij nog hoop op rust in mijn hoofd? Pilot studies laten zien dat methylfenidaat effectief kan zijn voor ADHD op oudere leeftijd. Om behandelaars handvatten te geven bij diagnostiek en behandeling van ouderen met verdenking op ADHD, wordt een behandelprotocol geschreven bij PsyQ door Marieke Michielsen en Sandra Kooij i.s.m. ouderen psychiaters van de Parnassia Groep. Hierbij is het belangrijk te differentiëren tussen depressie, cognitieve achteruitgang en levenslange ADHD kenmerken. Voor de behandeling is uitgebreider somatisch onderzoek nodig dan gebruikelijk, met name cardiaal. Ouderen hebben vaker hart- en vaatziekten, diabetes en medicatie daarvoor, zodat alle factoren in kaart dienen te worden gebracht voor de start met medicatie voor ADHD.

Gezien het levenslange beloop van ADHD, van kindertijd tot op hoge leeftijd dient de GGz zich te beraden op de organisatie van deze specialistische kennis voor mensen met ADHD van alle leeftijden. Dit kan bijvoorbeeld binnen gespecialiseerde teams, ook wel Levenslooppoli’s ADHD genoemd.

Referenties met links:

1: Michielsen M, de Kruif JT, Comijs HC, van Mierlo S, Semeijn EJ, Beekman AT,

Deeg DJ, Kooij JJ. The Burden of ADHD in Older Adults: A Qualitative Study. J

Atten Disord. 2015 Oct 29.

2: Semeijn EJ, Comijs HC, de Vet HC, Kooij JJ, Michielsen M, Beekman AT, Deeg DJ.

Lifetime stability of ADHD symptoms in older adults. Atten Defic Hyperact Disord.

2016 Mar;8(1):13-20.

3: Semeijn EJ, Korten NC, Comijs HC, Michielsen M, Deeg DJ, Beekman AT, Kooij JJ.

No lower cognitive functioning in older adults with

attention-deficit/hyperactivity disorder. Int Psychogeriatr. 2015 Sep;27(9):1467-76.

4: Semeijn EJ, Comijs HC, Kooij JJ, Michielsen M, Beekman AT, Deeg DJ. The role

of adverse life events on depression in older adults with ADHD. J Affect Disord.

2015 Mar 15;174:574-9.

5: Michielsen M, Comijs HC, Semeijn EJ, Beekman AT, Deeg DJ, Kooij JJ. Attention

deficit hyperactivity disorder and personality characteristics in older adults in

the general Dutch population. Am J Geriatr Psychiatry. 2014 Dec;22(12):1623-32.

6: Michielsen M, Comijs HC, Aartsen MJ, Semeijn EJ, Beekman AT, Deeg DJ, Kooij

JJ. The relationships between ADHD and social functioning and participation in

older adults in a population-based study. J Atten Disord. 2015 May;19(5):368-79.

7: Semeijn EJ, Kooij JJ, Comijs HC, Michielsen M, Deeg DJ, Beekman AT.

Attention-deficit/hyperactivity disorder, physical health, and lifestyle in older

adults. J Am Geriatr Soc. 2013 Jun;61(6):882-7.

8: Semeijn EJ, Michielsen M, Comijs HC, Deeg DJ, Beekman AT, Kooij JJ. Criterion

validity of an Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) screening list for

screening ADHD in older adults aged 60-94 years. Am J Geriatr Psychiatry. 2013

Jul;21(7):631-5.

9: Michielsen M, Comijs HC, Semeijn EJ, Beekman AT, Deeg DJ, Sandra Kooij JJ. The

comorbidity of anxiety and depressive symptoms in older adults with

attention-deficit/hyperactivity disorder: a longitudinal study. J Affect Disord.

2013 Jun;148(2-3):220-7.

10: Michielsen M, Semeijn E, Comijs HC, van de Ven P, Beekman AT, Deeg DJ, Kooij

JJ. Prevalence of attention-deficit hyperactivity disorder in older adults in The

Netherlands. Br J Psychiatry. 2012 Oct;201(4):298-305. 




SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER