www.adhdnetwerk.nl > Column > Column archief
VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Dinemarie Teunissen (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
OPROEP!

Door: Suzan Otten-Pablos


Al een dag na de spraakmakende uitzending van ZEMBLA over etiketkinderen komen vanuit het veld de eerste verhalen binnen van mensen die afzien van diagnostiek en behandeling. Nu, ruim een week later, stapelen dergelijke verhalen zich op. Een waar drama voor kinderen en volwassenen met ADHD, maar ook voor hun omgeving.


Een korte toelichting. De toename van het aantal diagnoses ADHD heeft te maken met meer kennis over de aandoening in combinatie met het feit dat er steeds hogere eisen aan mensen worden gesteld. Hierdoor loopt iemand met ADHD sneller tegen zijn beperkingen aan en kunnen de toenemende prikkels minder goed worden verwerkt.


Als de diagnose ADHD is gesteld wordt gekozen voor de medicamenteuze behandelmogelijkheid als kinderen zoveel last hebben van de ADHD-symptomen, dat ze hierdoor ernstig disfunctioneren. Mensen die zeggen dat “we te makkelijk etiketten plakken” maken zich, naar mijn mening, schuldig aan bangmakerij. Door programma’s als ZEMBLA worden mensen dus onnodig angstig gemaakt. En angst mag nooit een reden zijn om van diagnostiek of behandeling af te zien.


Aanlegfactoren, dus de erfelijkheid, spelen bij ADHD een belangrijkere rol dan omgevingsfactoren. Eéneiig tweelingonderzoek laat zien dat erfelijkheid in 70% van de gevallen bepaalt dat als één van de kinderen ADHD heeft, de andere tweeling het ook heeft. Normaal gesproken heeft iemand 3 tot 5% kans op ADHD, maar als er al een kind in het gezin ADHD heeft, heeft een broertje of zusje 30% kans het ook te hebben. En voor een kind van een volwassene met ADHD is die kans zelfs 50%. Bij ADHD speelt een combinatie van aanleg en omgevingsfactoren, en die beide samen ook nog eens in een ongelofelijk ingewikkelde interactie. Verder kunnen omgevingsfactoren als opvoeding en onderwijs geen ADHD veroorzaken of voorkomen. Deze factoren kunnen hoogstens de gevolgen van ADHD beïnvloeden, zoals de hevigheid van de symptomen en de mate waarin het kind eronder lijdt.


De discussie gaat momenteel voornamelijk over de toename van het aantal gebruikers van ADHD-medicijnen. Het aantal gebruikers is de afgelopen zeven jaar verdrievoudigd wat zou wijzen op het te vaak en te makkelijk stellen van de diagnose ADHD. Maar feitelijk zegt deze toename niets over mogelijke over-en onderdiagnostiek. Studies tonen aan dat er in Nederland in werkelijkheid ongeveer 600.000 mensen zijn met ADHD (gemiddeld 4% van 16 miljoen kinderen en volwassenen). Als nu 200.000 mensen medicatie gebruiken valt het met de overdiagnostiek en overbehandeling wel mee, slechts eenderde van degenen met ADHD worden dan behandeld.


Daarbij heeft jarenlang onderzoek, naar mogelijke schadelijke effecten van medicatie, tot nu toe niets opgeleverd. Wel heeft onderzoek laten zien dat mensen met verwaarloosde ADHD door impulsiviteit en hyperactiviteit een verhoogd risico lopen op bijvoorbeeld verslaving en criminaliteit. Voor de maatschappij en alle betrokkenen reden te meer om iemand met ADHD juist wel te behandelen.


Mensen die beweren dat de maatschappij iets zou moeten veranderen, zodat mensen met ADHD weer gewoon mee kunnen doen, staan niet stil bij de vraag hoe mensen met ADHD het zelf ervaren. Medicijnen helpen namelijk vaak om beter mee te kunnen komen en worden niet gebruikt door mensen om de maatschappij minder tot last te zijn. De toename van het medicijngebruik ligt volgens sommigen voornamelijk aan de invloed van Farma. Beïnvloeding door Farma komt voor, maar tegelijkertijd kunnen we de rol van Farma niet wegdenken. Dit omdat uiteindelijk iedereen belang heeft bij het doen van goed (wetenschappelijk) onderzoek.De diagnose ADHD heeft de afgelopen maanden echt te veel negatieve aandacht gekregen.


Daarom roep ik iedereen op om zolang er geen bewijs is geleverd voor overdiagnostiek geen uitspraken meer te doen die berusten op subjectieve aannames en veronderstellingen. Want op deze manier ontkennen we de complexiteit en vertroebelen we het beeld van ADHD als aandoening. En alleen al dit gegeven zou iedereen - van leek tot professional - zich aan moeten trekken.

28-04-13


ADHD NETWERK BESTUUR
Els van den Ban - voorzitter Derk Birnie - vice-voorzitter Nannet Buitelaar - secretaris Sanne Vink - penningmeester
Dinemarie Teunissen Miriam Wauters Denise Bijlenga Carien Smeets

SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER