www.adhdnetwerk.nl > Column > Column archief
VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Dinemarie Teunissen (kinderen/jeugd)
Miriam Wauters (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
KNAP STAALTJE COMMUNICATIE

door: Suzan Otten-Pablos


Het is al laat in de avond als de deur ineens openzwaait. Het is zoon. Hij heeft gewerkt op zijn stage in het verzorgingstehuis en is een beetje buiten adem. “Mama, ik heb vandaag een extra gesprek gehad met mijn stagebegeleider en mijn mentor. Ze willen me op een andere afdeling plaatsen, want het gaat niet zo goed. De mentor wil jou ook spreken.”


Oké dan. Rustig blijven. Dat lukt ook wel, al slaat dit nieuws bij mij toch wel in als een bom. De afgelopen jaren dacht ik namelijk dat het ontzettend goed ging met zoon. Op school haalt hij prachtige cijfers en over zijn stageplaatsen hoorde ik verder ook geen bijzonderheden. Geen bericht is meestal goed bericht. Dacht ik.

 

Vorig jaar waren er oudergesprekken op school. Door omstandigheden moest ik toen verstek laten gaan. De toenmalige mentor beloofde mij op korte termijn te bellen, zodat we bepaalde zaken in ieder geval telefonisch af konden stemmen. Maar meneer de mentor heeft me nooit gebeld. In plaats daarvan kreeg ik een aantekening in het systeem. ‘Moeder wil niet naar school komen voor een gesprek.’

 

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik het juist heel belangrijk vind om met school in gesprek te blijven en dat ik daar heel veel voor over heb. De aantekening voelde daarom ook wel een beetje onrechtvaardig en gemeen. Gelukkig kon ik het toch naast me neerleggen. Er over blijven malen, had namelijk absoluut geen zin.

 

Met een beetje tegenzin belde ik daarom vanmorgen naar school om een afspraak te maken met de mentor. “Dag mevrouw Otten.” “Zeg maar Suzan.” “Ik zeg altijd mevrouw.” “Maar ik voel me nog geen mevrouw.” Even een stilte… “U was vorig jaar ook niet op de ouderavond.” “De mentor heeft mij nooit meer gebeld. En is dat de reden is om nu pas aan de bel te trekken? Deze manier van communiceren, vind ik nogal teleurstellend.”

 

“Het gaat niet goed met zoon op stage.” Laat ik maar even met de mentor meebuigen . “Natuurlijk, hij is soms een beetje te enthousiast en dat moet hij leren doseren. Hij moet ook consequenter zijn met het innemen van zijn medicijnen.” Weer een korte stilte… “Ja, maar het ging vorig jaar ook al niet goed. Kunt u vanmiddag komen? Ik heb maar een half uurtje, maar dan leg ik het wel uit.”

 

Compleet verbijsterd verbreek ik de verbinding. Er is nooit een signaal afgegeven en nu is er ineens van alles mis. Natuurlijk snijdt het mes aan twee kanten. Zoon had meer open naar ons moeten zijn. Maar misschien was hij gewoon bang. Bang om te falen. Er kan zich van alles in zijn koppie hebben afgespeeld. Daarom had school eerder moeten ingrijpen en hem beter moeten begeleiden.

 

Gelukkig is het gelukt om alles een beetje te relativeren. Zoon druk ik op het hart dat ik vroeger ook stage heb gelopen en dat ze altijd wel iets aan te merken zullen blijven hebben. Ook als het goed gaat. Het mag gewoon niet zo zijn dat dit ‘knappe’ staaltje communicatie hem gaat demotiveren. Hij droomt van een baan in de zorg. Ook met veel vallen en opstaan zal deze droom uitkomen. Dat weet ik zeker.


31-10-2019


ADHD NETWERK BESTUUR
Els van den Ban - voorzitter Derk Birnie - vice-voorzitter Nannet Buitelaar - secretaris Sanne Vink - penningmeester
Dinemarie Teunissen Miriam Wauters Denise Bijlenga Carien Smeets

SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER