www.adhdnetwerk.nl > Column > Column archief
VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Dinemarie Teunissen (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
BENCHMARKEN

Door: Suzan Otten-Pablos

Stel: net voor je veertigste heb je de diagnose ADHD gekregen. Je zocht hulp omdat je zoveel van jezelf in je kinderen herkende. Want je kinderen hebben ook ADHD. En de diagnose voelt eigenlijk als een opluchting. Je begrijpt nu eindelijk waarom veel dingen in je leven mis zijn gelopen. Je kunt vanaf nu weer vooruit kijken en op een fijnere manier verdergaan met je leven. Denk je.

 

Want het blijkt helemaal niet zo eenvoudig te zijn om de draad van je leven weer op te pakken en om verder te gaan waar je was gebleven. Want je hebt veel nare dingen meegemaakt. Door je ADHD. En om deze reden besluit je om af te rekenen met je verleden door in therapie te gaan.

 

Een moedige beslissing, want de therapie is niet altijd even makkelijk. Er wordt je regelmatig een spiegel voorgehouden en je wordt vaak geconfronteerd met de pijn uit het verleden. Om deze reden blijf je soms ook wel eens een weekje weg bij de therapie. Omdat het je dan allemaal even naar de keel grijpt. En heel af en toe vergeet je het gewoon echt om naar de therapie te gaan. Of je komt niet keurig op tijd. En dat doe je niet expres, dat komt door je ADHD.

 

Je krijgt drie keer een waarschuwing. En als je voor de vierde keer te laat komt hoef je helemaal niet meer terug te komen. En dat is niet voor niets. Het levert namelijk op deze manier geen geld op. En kwalitatief goede producten die te duur worden, worden onder invloed van de zorgverzekeringen, in de strijd om de concurrentie, opgegeven en stopgezet. En jij voelt je verdrietig, want het is je wéér niet gelukt.

 

De ontwikkeling van ROM (Routine Outcome Monitoring) levert een bijdrage aan deze concurrentie. ROM is van oorsprong een systeem waarbij meetinstrumenten worden gebruikt om de effecten van een individueel behandeltraject te evalueren. Maar inmiddels is de toepassing veel breder geworden. Want door de metingen per instelling te vergelijken (benchmarken) moet duidelijk worden welke instellingen goede resultaten boeken. En op grond van deze uitkomsten nemen zorgverzekeraars beslissingen.

 

In het maartnummer van het Tijdschrift voor Psychiatrie hebben elf deskundigen, terecht, felle kritiek geuit op het benchmarken op basis van ROM-gegevens. Zij stellen dat het in het beste geval nog jaren zal duren voordat er geschikte instrumenten zijn ontwikkeld die het mogelijk maken om wetenschappelijk en ethisch verantwoord te benchmarken met ROM-gegevens.

 

Op zich is er natuurlijk niets mis met benchmarken en om beter te worden door te leren van vergelijken. Als er in een bepaald ziekenhuis bijvoorbeeld veel mensen doodgaan kan het betekenen dat de zorgzwaarte in dit ziekenhuis groter is en dat er in andere ziekenhuizen lichtere patiënten worden behandeld die niet doodgaan. En ook op scholen kun je door leerlingen aan de poort te selecteren het slagingspercentage omhoog schroeven.

 

In de psychiatrie werkt het benchmarken niet anders. Want met het inzichtelijk maken van de behandeleffecten van veelvoorkomende stoornissen kunnen zorgaanbieders onderzoeken welke verschillen er zijn in effectiviteit van behandeling tussen locaties, afdelingen of therapeuten. En zorgverzekeraars kunnen kijken naar de verschillen in effectiviteit tussen GGZ-instellingen.

 

ROM is echter niet ontwikkeld voor benchmarken. ROM is ontwikkeld als kwaliteitsinstrument waarmee de behandeling van de individuele cliënt verbeterd kan worden. ROM meet herhaaldelijk de uitkomst van de behandeling bij individuele patiënten, met als doel dat de behandelaar bij de patiënt de vinger aan de pols kan houden. Benchmarken is het behandeleffect van een groep patiënten vergelijken met een eigen of een landelijke norm. En daar wringt nou precies de schoen.

 

Door ROM toch in te zetten als middel om te benchmarken lijkt het er op dat geld belangrijker is geworden dan kwaliteit en dat de zorg steeds sneller, korter en goedkoper moet worden. De behandeling van iemand met ADHD stoppen, omdat hij toevallig niet altijd even goed in staat is om te plannen en hierdoor af en toe te laat komt, lijkt misschien goedkoop. Maar de kans op een herhaalde hulpvraag is natuurlijk levensgroot. Het levert dan nieuwe intakes op en dus meer geld voor die instelling. Maar uiteindelijk kosten de niet of half behandelde cliënten op andere plekken in de samenleving bakken met geld.

29/05/2012



ADHD NETWERK BESTUUR
Els van den Ban - voorzitter Derk Birnie - vice-voorzitter Nannet Buitelaar - secretaris Sanne Vink - penningmeester
Dinemarie Teunissen Miriam Wauters Denise Bijlenga Carien Smeets

SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER