www.adhdnetwerk.nl > Column > Column archief
VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Dinemarie Teunissen (kinderen/jeugd)
Nannet Buitelaar - secretaris (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
GELIEFDE RIVALEN

Door: Suzan Otten-Pablos

Zoon en dochter vliegen elkaar om het minste of geringste in de haren. Letterlijk én figuurlijk. Van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Gek word ik er soms van. Regelmatig vraag ik aan zoon en dochter wanneer zij denken dat deze fase, die nu al ruim acht jaar duurt, een keer overgaat. Het antwoord is steevast: 'geen idee!'

Leuk, het is typisch zo’n antwoord waar je niets mee kunt. En omdat ik het gevoel heb dat zoon en dochter echt veel meer ruzie maken dan andere kinderen, in andere gezinnen, ben ik zelf op onderzoek uitgegaan. Een enorme geruststelling: ruzies tussen broer en zus komen overal en bij iedereen voor. In gezinnen met twee kinderen, in de basisschoolleeftijd, blijkt ongeveer in de helft van de gevallen dat kinderen gemiddeld twee keer per dag ruziemaken. Een kwart van de gevallen maakt drie of meer keer per dag ruzie en maar voor één kwart van hen is ruziemaken géén dagelijkse kost, maar slechts één of twee keer per week.

Mijn kinderen behoren overduidelijk tot de groep die drie of meer keer per dag trammelant met elkaar hebben. Volgens de theorie duren deze ruzies meestal maar een paar minuten, maar bij zoon en dochter duurt een ruzie regelmatig veel en veel langer. Maar wij zijn dan ook geen doorsnee-gezin. Verder lees ik dat wanneer kinderen een jaar of tien zijn, ze meer ruzie zullen maken door middel van woorden, in plaats van elkaar aan de haren te trekken, te knijpen of te slaan.

Ook hier klopt de theorie even niet. Althans niet voor ons. Nu is dochter nog maar acht, maar zoon is echt al elf. En toch maken ze nog steeds ruzie met woorden én door voortdurend aan elkaar te zitten. Want als ik me ook maar even omdraai of de andere kant opkijk hebben ze elkaar alweer te pakken. Zoon roept om hulp en dochter zet het hysterisch op het gillen. Zou dit komen doordat ze allebei de diagnose ADHD hebben? Ruziën ze misschien daarom steeds maar weer in het kwadraat?

De kinderen van mij lijken elkaar soms echt niet te kunnen luchten of zien. De ene ruzie is nog niet gesust of de volgende ontstaat alweer. Minstens tien keer per dag. Maar als ik de theorie mag geloven is er hoop. Als dochter twaalf is zullen de frequentie en de hevigheid van de conflicten namelijk sterk afnemen en zal de relatie met broer waarschijnlijk positiever worden. Theoretisch duurt dit nog vier jaar. Maar omdat de theorie in ons geval niet altijd klopt, hou ik een slag om de arm, en maak ik er zes jaar van. Valt eigenlijk best mee.

En nog wat positiever bekeken: ruziemaken is eigenlijk ook leerzaam en gezond. Kinderen leren om te gaan met boosheid en frustraties. Ook leren kinderen hun gevoelens onder woorden te brengen, voor zichzelf op te komen, te onderhandelen en rekening te houden met de gevoelens en wensen van anderen. Kinderen leren door een ruzie veel op het gebied van sociale vaardigheden en leren van een ruzie wanneer ze zelf de kans krijgen om deze ruzie op te lossen. Daarom neem ik mij voor om de komende zes jaar minder op te treden als scheidsrechter. Want als ik me er steeds mee zal blijven bemoeien zullen zoon en dochter nooit leren om zelf de lucht te klaren. En door steeds maar weer in te grijpen kan ruzie maken ook nog eens een manier worden om de aandacht op te eisen.

In dit licht bekeken mag ruziemaken dus eigenlijk best. Een weetje: ruziemaken doen kinderen het liefst in een veilige en vertrouwde omgeving. En dat is een dus een compliment voor mezelf. Want die veiligheid vinden zoon en dochter kennelijk thuis. Bij mij.

24/09/2012



ADHD NETWERK BESTUUR
Els van den Ban - voorzitter Derk Birnie - vice-voorzitter Nannet Buitelaar - secretaris Sanne Vink - penningmeester
Dinemarie Teunissen Miriam Wauters Denise Bijlenga Carien Smeets

SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER