VRAAGBAAK VAN DE MAAND
STEL EEN VRAAG AAN ...

Derk Birnie - vice-voorzitter (kinderen/jeugd)
Miriam Wauters (volwassenen)
Sanne Vink (psycholoog)
GENEN, ADHD EN MEDICATIE

The Association with Quantitative Response to Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder Medication of the Previously Identified Neurodevelopmental Network Genes
Yuanxin Zhong, Binrang Yang, Yi Su, Ying Qian, Qingjiu Cao, Suhua Chang, Yufeng Wang, and Li Yang 


De associatie tussen kwantitatieve respons op aandachtstekort / hyperactiviteit medicatie en eerder geïdentificeerde genen die relatie hebben met neurobiologische ontwikkelingsstoornissen als ADHD


Dit boeiende Chinese onderzoek heeft zich op het volgende gericht: recent beeldvormend onderzoek suggereert dat methylfenidaat (MPH) en atomoxetine (ATX) gemeenschappelijke mechanismen zouden kunnen hebben bij sortering van effect van de behandeling van de aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Eerdere farmacogenetische studies hebben zich vooral gericht op onderzoek naar betrokkenheid van genen bij bepaalde neurotransmittersystemen. Deze studie richt zich er op te onderzoeken of de genen die in een eerdere ADHD etiology Genome-Wide Association Study (GWAS) zijn geïdentificeerd, de reacties van patiënten op MPH en ATX kunnen voorspellen.


De onderzoekers hebben een steekproef van 241 patiënten met ADHD genomen waarbij ze als mate van reactie op medicatie hebben gekozen de verandering in de totale symptoomscores van de ADHD-beoordelingsschaal (ADHD-RS) vanaf de uitgangssituatie tot het einde van de 12e week van behandeling met MPH of ATX. Vervolgens hebben ze een associatieanalyses uitgevoerd op de genetische enkelvoudige marker, gengebaseerde, setgebaseerde en GWAS-gebaseerde polygene niveaus.


Uit het onderzoek komt naar voren dat er noch tav enkelvoudige nucleotide polymorfisme (SNP) noch tav gen-niveau analyses significante aanwijzingen zijn dat deze van invloed zijn op verandering in de ADHD-RS score.

Echter, analyse middels het polygene risicoscoremodel, dat was gebaseerd op SNP's geassocieerd met ADHD bij een drempel van p ≤ 0,0001 in een recent Han-Chinees GWAS, voorspelde wel een kleine symptomatische verbetering met ADHD-medicatie (p = 0,018, R2 = 0,023).


De onderzoekers concluderen met enige voorzichtigheid dat er nieuw bewijs is voor een kleine invloed van bepaalde genen gerelateerd aan neurobiologische ontwikkelingsstoornissen zoals ADHD op de werkzaamheid van medicijnen (MPH en ATX) bij ADHD.


Terecht zijn de onderzoekers kritisch op de uitkomst van dit onderzoek gezien het geringe effect, de kleine onderzoeksgroep. Het blijft interessant na te gaan of we in de toekomst het effect van medicatie op ADHD symptomen meer zouden kunnen gaan voorspellen waardoor het maken van een keuze voor een medicament vooraf gaand beter gemaakt zou kunnen worden en mogelijk ook kostenbesparend zou kunnen zijn.


Journal of Child and Adolescent PsychopharmacologyAhead of Print  

Published Online:12 Mar 2020


Els van den Ban, kinder- en jeugdpsychiatermei 2020



SITEMAP   COLOFON   DISCLAIMER